De Maine Coon

Viva La Vida's Precious Poppy, black tortie white

De Maine coon, Geschiedenis

De basis van het ras Maine Coon bestaat uit meer dan 100 foundation katten. Met Foundation katten worden de katten bedoeld die aan de basis van het ras staan en vaak afstammen van onbekende ouders.

Wanneer je echter gaat kijken naar de stambomen van de Maine Coons die je tegenwoordig op shows ziet, dan kom je tot de ontdekking dat de achtergrond van de meesten van hen voor 65 tot 75% bestaat uit dezelfde 5 katten. Deze 5 foundationkatten, die het meest voorkomen in de huidige Maine Coon stambomen, worden wel de Top 5 katten genoemd.
Deze Top 5 bestaat uit:
Andy Katt of Heidi Ho
Bridget Katt of Heidi Ho
Dauphin de France of Tati-Tan
Tatiana of Tati-Tan
Smokie Joe of Whittemore

(Bron: Rasclub Maine Coon)

Beschrijving

De Maine Coon is een grote, krachtige kat die zijn naam aan zijn afkomst te danken heeft. Dit ras komt van oorsprong uit Noord-Amerika. Vroeger werd er onterecht gedacht dat de Maine Coon ontstaan was uit een kruising van katten met wasberen (“racCoons”). Omdat de katten het meest voorkwamen in de staat Maine, werden ze Maine Coons genoemd.

De echte voorouders van de Maine Coon kat zijn waarschijnlijk langharige katten die vanuit Europa over zee waren meegenomen, zoals de Pers, de Turkse Angora en de Noorse Boskat). De Maine Coon is één van de natuurrassen. Hiermee wordt bedoeld dat het ras op natuurlijke wijze is ontstaan en dat het niet gekruist mag worden met andere rassen. Erkenning van de Maine Coon als ras door de Internationale kattenfederatie Fédération Internationale Féline (FIFe) vond plaats in 1982. Tussen 1980 en 1990 kwamen de eerste Maine Coons in Nederland. Een Maine Coon wordt gemiddeld twaalf tot vijftien jaar oud.

Omdat het ras zich relatief traag ontwikkelt, zijn Maine Coons pas echt volwassen wanneer ze ongeveer vier jaar oud zijn. Pas dan hebben ze hun uiteindelijke grootte, type en vacht bereikt.  

Karaktereigenschappen

De Maine Coon staat omschreven als vriendelijk, aanhankelijk, tolerant, rustig en goed gehumeurd. Van nature zijn ze erg speels en intelligent, sommige Maine Coons apporteren bijvoorbeeld ook. Door hun rustige karakter zijn het katten die over het algemeen niet snel vechten of hun nagels zullen gebruiken. De Maine Coon is vaak een beetje gereserveerd en verlegen bij vreemde mensen en situaties, waarbij katers meestal wat ondernemender zijn dan poezen. Gezien hun grote bouw en uitstraling zorgt het stemgeluid van een Maine Coon vaak voor een verrassing. De stem is namelijk erg zacht en klinkt soms als die van een kitten.

Uiterlijk kenmerken

De Maine Coon staat bekend om zijn stoere, gespierde uiterlijk met ruige vacht, volle kraag, lang buikhaar en extra lange pluimstaart. Hij heeft een vacht met halflang haar. De kop heeft een stevige vierkante snuit met een stevige kin. Lynxpluimpjes op de oren zijn gewenst. De Maine Coon komt in allerlei kleuren en patronen voor. Niet-toegestane kleuren zijn lilac en chocolate en verder zijn pointaftekeningen zoals bij de Siamees niet geoorloofd.

Wittekeningen mogen wel en de ogen mogen in iedere kleur voorkomen. Vachtpatronen gemarmerd, gestreept, spotted, ticked en effen zijn toegestaan. Afhankelijk van of de kat tabby (niet effen; op het lijf zitten haren die 'gebandeerd' zijn, delen van zo'n haar zijn donkerder dan andere delen), effen, blauw of zilver is, voelt de vacht stugger of zachter aan.

Een Maine Coon is wat groter dan een “gewone” huiskat. Hij weegt gemiddeld tussen de vijf en negen kilogram, waarbij katers zwaarder zijn dan poezen. De volledige rasstandaard kunt u vinden bij een rasvereniging, zoals de Rasclub Maine Coon. Bij de internationale overkoepelende organisatie FIFe (Fédération Internationale Féline) staan alle bij hen aangesloten internationale kattenverenigingen genoemd. Daarnaast bestaan er in Nederland ook onafhankelijke kattenverenigingen met een eigen rasstandaard.

Verzorging

Een Maine Coon heeft een relatief makkelijk te onderhouden vacht, die natuurlijk wel aandacht nodig heeft. De vacht is waterafstotend en klit nauwelijks, omdat er weinig ondervacht aanwezig is. Eén keer in de week kammen en borstelen is meestal voldoende. Vergeet niet om de oksels goed te kammen, omdat daar wat makkelijker klitten kunnen ontstaan. Wen een kitten al op jonge leeftijd aan kammen en borstelen! Zeker wanneer u overweegt uw kat naar shows mee te nemen, is het belangrijk dat het dier gewend raakt aan wassen. Ook hiervoor geldt dat het belangrijk is om uw kat hier al op jonge leeftijd aan te laten wennen. Hetzelfde geldt voor tandenpoetsen, het schoonmaken van ogen en oren en eventueel het knippen van de nagels. Dit laatste kunt u eventueel door uw dierenarts laten doen, maar het is handig wanneer u dit het dier van jongs af aan aanleert.

Om een Maine Coon als huisdier te houden is geen specifieke ervaring nodig. Zorg er wel voor dat u zich voor de aanschaf goed laat informeren. Koop geen kitten als de moederpoes niet aanwezig is en als de kittens niet in huiselijke kring opgroeien. Let er op dat de fokker de kittens goed socialiseert en natuurlijk dat ze ingeënt, ontwormd en gechipt zijn.

Een Maine Coon gaat graag naar buiten. Het zijn niet direct “uitbrekers”, dus ze zijn over het algemeen tevreden in een afgesloten tuin of balkon. De vacht van een Maine Coon is bestand tegen regen, wind en sneeuw. Lekker in de zon luieren vinden ze geweldig. Veel Maine Coons zijn gek op water om mee te spelen, bijvoorbeeld met de poten in de drinkbakjes plonzen. Dat laatste kunnen we hier beamen, Poppy trakteert ons bijna elke dag op een waterballet.

Socialisatie en opvoeding

Het is heel belangrijk dat een kitten goed gesocialiseerd wordt. Socialiseren betekent dat het dier went aan mensen, aanrakingen, allerlei verzorgende handelingen zoals borstelen en nagels knippen, (vreemde) geluiden en andere dieren. De socialisatieperiode van kittens ligt hoofdzakelijk tussen de leeftijd van twee tot zeven weken. Er wordt daarnaast verondersteld dat katten ook een zogenaamde tweede socialisatieperiode kennen, die doorloopt totdat de kat veertien tot zestien weken oud is. Wanneer een kat niet goed gesocialiseerd wordt, kan het dier gaan lijden aan stress en angst. Dit kan resulteren in medische problemen en gedragsproblemen. Kittens mogen volgens de wet pas bij de moeder weg bij een leeftijd van minimaal zeven weken. Een fokker die aangesloten is bij een kattenvereniging, mag zijn kittens pas meegeven wanneer deze tenminste dertien weken oud zijn en de kittens volledig ingeënt zijn. Dit betekent dat de socialisatieperiode deels of zelfs geheel plaats vindt bij de fokker. Let er daarom bij aanschaf van een Maine Coon op dat de fokker uitgebreid aandacht besteedt aan de socialisatie van uw toekomstige kitten. 

Ziekten en erfelijke aandoeningen

Er zijn enkele erfelijke aandoeningen bekend die in meerdere kattenrassen voorkomen. Een voorkomende afwijking bij onder andere Maine Coons is Patella luxatie (PL). Dit is een aandoening aan de knieschijf bij de achterpoten. In ernstige gevallen kan een kat hier kreupel van worden. PL is erfelijk en er wordt geprobeerd deze aandoening uit het ras te fokken.

Hypertrofische cardiomyopathie (HCM) is een aandoening aan de hartspier. Deze aandoening komt bij heel veel kattenrassen voor en ook bij de Maine Coon. Mogelijke symptomen zijn een snelle ademhaling of benauwdheid. Met een stethoscoop kan een hartruis geconstateerd worden. De kat kan weinig of slecht eten en kan zelfs verlammingsverschijnselen aan de achterpoten krijgen. Soms is een plotselinge en onverwachte dood mogelijk, zonder dat er eerder symptomen gezien zijn. HCM is niet te genezen, maar medicatie en voeding kunnen een kat met HCM ondersteunen.

Spinale Musculaire Atrofie (SMA) is een erfelijke en aangeboren spieraandoening, waarbij iets mis is met de aansturing van de spieren. Op een leeftijd van 8 – 12 maanden lijkt de situatie zich te stabiliseren, maar de ernst van de aandoening zal per dier verschillen. Er bestaat geen medicatie. Er is een DNA test beschikbaar om de ouderdieren te laten testen, maar testen is door de FiFe niet verplicht gesteld. In de database van de Rasclub Maine Coon worden uitslagen vermeld van testen op alle drie de bovengenoemde afwijkingen. Daarnaast worden uitslagen gepubliceerd van testen op Polycistic Kidney Disease (PKD) en Heupdysplasie (HD).

Bij het fokken met een Maine Coon en de Ragdoll kan een probleem met bloedgroepen optreden. Bij katten bestaan er drie soorten bloedgroepen, waarbij bloedgroep A de meest voorkomende bloedgroep is. Bij Maine Coons en Ragdolls is er een kleine populatie die bloedgroep b heeft. Als er gefokt wordt met dieren waarbij de ene ouder bloedgroep A heeft en de andere ouder bloedgroep b, dan bestaat de kans op Neonatale Isoerythrolyse (NI). Hierbij kunnen de pasgeboren kittens sterven na het drinken van moedermelk. Door vooraf te laten testen welke bloedgroep de ouderdieren hebben, kunnen problemen voorkomen worden!

 

Bron: Maine Coon www.licg.nl

 

 

Maine Coon Ruben en Ragdoll Iggy